Woordenschat Woensdag: Leer woorden met bingo!

Gratis Bingo passend bij de voorleesdagen met 7 spelsuggesties!

De voorleesdagen komen eraan en ik wilde daar graag op inhaken met iets leuks en bruikbaars. Daarom deze bingo omdat het een spel is waar je heel goed passief woordenschat mee kunt trainen. Maar er is met dit materiaal nog veel meer te doen dan bingo. Lees verder om te ontdekken wat de mogelijkheden zijn.

Bingo
Allereerst even over bingo. Het spel is bij iedereen wel bekend maar dan vooral met getallen. Maar er is nog veel meer mogelijk met dit spel. Als je binnen een thema een bingo maakt, kunnen de kinderen dit zelfstandig spelen en zo ook de actieve woordenschat oefenen. Ze trekken dan zelf de kaartjes en benoemen welke kaart het is.
Voor deze bingo heb ik gekozen voor een eenvoudige versie met maar 12 afbeeldingen. Voordeel is dan dat het spel kort duurt, vaker gespeeld kan worden en dat de woorden vaak herhaald worden. Ook is het daaardoor met jongere kinderen goed te spelen.

De afbeeldingen zijn allemaal gerelateerd aan het boek Sst de tijger slaapt van Britt Teckentrup en dus goed te gebruiken voor de voorleesdagen. Voor Engels met kleuters leer je de kinderen de Engelse woorden aan. Lees ook eens het boek in het Engels voor! Hiervoor hoef je echt niet de Engelse versie aan te schaffen. Het boek is eenvoudig genoeg om op jou manier in het Engels na te vertellen.

De bingo voorbereiden doe je zo: Download hier het bestand. Print de download. Er zijn 30 unieke bingokaarten, dus print er voor elk kind één uit. Heb je meer dan 30 kinderen dan print je er een paar dubbel. Print ook de laatste bladzijde van de download uit. Dit is de controlekaart en de kaartjes om te trekken. Van een helft van deze kaart knip je alle plaatjes los. Deze trek je uit een bakje of nog leuker, uit een feestmuts, want dat past leuk bij het thema. Je hebt nu alleen nog fiches nodig en je kunt het spel spelen.

 

Lotto
Naast bingo kun je ook lotto spelen met dit spel. Print dan de controlekaart uit en knip van een kaart alle plaatjes los. Verdeel de tweede helft in strookjes van drie. Nu kunnen vier kinderen tegelijk lotto spelen. Elke keer als ze een kaartje omdraaien moeten ze het in het Engels benoemen.

Memory
Gebruik hiervoor de eerste drie grotere bingokaarten. Zorg dat je deze twee keer print. Ook hier geldt dat ze het kaartje in het Engels moeten benoemen als ze het omdraaien.

Snap!
Over dit spel heb ik al eerder een blog geschreven. Voor uitleg kun je hier terecht. Print hiervoor de eerste drie bingokaarten vier keer.

Domino
Gebruik hiervoor de controlekaart. Print deze 3 keer uit en knip de plaatjes in tweetallen uit. Knip ze niet alleen horizontaal maar ook in verticale stroken.

I have, you have
Met de strookjes van domino kun je ook I have, you have spelen. Dit is de coöperatieve werkvorm mix & koppel. De leerlingen gaan dan op zoek naar iemand met wie ze kunnen koppelen. Dit doen ze door elkaar te vertellen wat ze op hun kaartje hebben staan. I have a tiger and a red balloon. What do you have? Zo speel je een levend dominospel.

Logische volgorde
Laat de afbeeldingen op een logische volgorde leggen en het verhaal navertellen.

Woordenschat woensdag: Dobbelen maar!

Learn words with dice!

Voor woordenschatoefeningen maak ik vaak gebruik van dobbelstenen. Naast de gewone stippendobbelsteen, waar natuurlijk zoveel activiteiten mee te doen zijn, kun je nog meer bruikbare dobbelstenen vinden. Voor materialen zoals deze dobbelstenen ga ik meestal naar Credu, een leuke website voor educatief materiaal. Ze hebben meerdere dobbelstenen in hun assortiment die heel geschikt zijn voor woordenschatoefeningen.

De eerste dobbelsteen is meteen mijn favoriet. Het is een dobbelsteen met insteekvakken. Deze is zo ideaal omdat ik meestal met woordkaarten werk. Stop de woordkaarten erin en gooien maar. Gooi de dobbelsteen naar een kind en roep Say what you see. Het kind dat de dobbelsteen vangt, benoemt de afbeelding die hij ziet in het Engels, en gooit hem weer naar een ander kind. Idealiter heb je meerdere van deze dobbelstenen in de klas, of in de speelzaal, want dan kunnen de kinderen deze activiteit in kleinere groepen uitvoeren. Dan zijn ze allemaal tegelijk op een actieve manier bezig, precies wat we willen!

Dobbelsteen met insteekvakken

De volgende dobbelsteen die ik vaak gebruik is de beschrijfbare dobbelsteen. Deze heb je in het klein en in het groot. Voor in de kring is de grote variant aan te raden. Teken op deze dobbelsteen met een whiteboardstift de afbeeldingen die je wilt oefenen. Dit is meteen het nadeel van deze dobbelsteen: niet iedereen is goed in tekenen. Maar de dobbelsteen is ook magnetisch, dus als je magnetisch plakband op woordkaarten plakt, zou het moeten blijven zitten. Maar dan is het misschien toch praktischer om de dobbelsteen met insteekvakken aan te schaffen.
Ik ben zelf ook niet zo’n tekenwonder dus ik gebruik deze dobbelsteen vooral om getallen hoger dan 6 in te oefenen. Of de tientallen bij kinderen die daar al aan toe zijn. Bij oudere kinderen gebruik ik er meerdere om zinnen te vormen en grammatica te oefenen.

Beschrijfbare dobbelsteen

Gaan we door met de volgende soort. Ken je de verteldobbelstenen al? Er zijn veel variaties van en ze zijn allemaal bruikbaar in de Engelse les. En dan niet om meteen hele verhalen te laten vertellen. Maar wel om het plaatje te benoemen en als ze wat verder zijn combinaties maken met een ander woord. Wordt er bijvoorbeeld huis gegooid, dan zeggen ze a big house. Ik vind de Story cubes Max Actions ook heel fijn, omdat die werkwoorden tonen die je ook meteen kunt uitbeelden, zoals luisteren, voetballen, kloppen enzovoorts.

Een andere dobbelsteen die bij Credu te krijgen is, is de grote vormendobbelsteen van foam. Deze dobbelsteen is goed te combineren met een bewegingspel zoals eerder hier gedeeld. Teken de vormen of de kleuren op het schoolplein en laat de kinderen rennen naar die vorm. Degene die de dobbelsteen gooit, benoemt hardop de vorm of kleur.
Ook een leuk spel is om met stoepkrijt meerdere ‘twister’ speelvelden te maken. Gebruik daar dan ook de beschrijfbare dobbelsteen bij voor de links-rechts-hand-voet bepaling. Of…

Whiteboardspinner

… oké, dit is geen dobbelsteen, maar voor de variatie is dit wel een leuke aanvulling! En voor de geweldige prijs van €2,75 hoef je het zeker niet te laten. Deze spinner is weer met een whiteboardstift te beschrijven dus voor het twisterspel teken je handen en voeten (eventueel met links en rechts, afhankelijk van hoe moeilijk je het wil maken).
Mocht je de afbeeldingen die je wilt aanleren niet kunnen tekenen, geen paniek. Daar heb ik ook een oplossing voor gevonden. Leg de spinner op een groot vel papier en trek de lijnen door. Hierdoor onstaan grotere vakken waar je met gemak voorwerpen of woordkaarten in kunt leggen.

Met al deze artikelen zijn veel spellen te verzinnen, maar het belangrijkste bij alle activiteiten is dat ze benoemen wat ze gegooid of gedraaid hebben. Say what you see! Enjoy!

P.S. Met dank aan Credu voor het mogen gebruiken van de foto’s!

 

 

Woordenschat woensdag: SNAP

Voor deze woordenschat woensdag wil ik jullie bekend maken met één van mijn lievelingsspellen voor het aanleren van woorden, namelijk Snap (spreek uit als [snep]). 

Voor dit spel heb je ongeveer 10 kaarten met een afbeelding nodig in een veelvoud van minimaal 4 stuks. Ga bijvoorbeeld naar www.jufsanne.com  of naar www.jufjanneke.nl en download daar woordkaarten die bij het thema passen waar jij mee bezig bent. Die woordkaarten mogen gewoon met Nederlandse tekst zijn, want bij kleuters houden we ons nog niet bezig met het lezen van Engelse woorden. Je kunt er ook voor kiezen om de woorden eraf te laten. Als je de kaarten hebt gedownload, print je ze minimaal 4 keer, maximaal 6 keer. Lamineer ze en je kunt beginnen.

Een deel van mijn verzameling snapspellen.

Het spel kan het best gespeeld worden in een groep van 4 kinderen. Verdeel de stapel kaarten evenredig onder de kinderen. Ze draaien nu om de beurt een kaart om en leggen die in het midden op een stapel. Terwijl ze de kaart omdraaien benoemen ze de afbeelding. Wanneer dezelfde afbeeldingen op elkaar gelegd worden, moeten de kinderen de afbeelding benoemen en Snap! roepen. Wie dat als eerste doet, wint de hele stapel. Het spel gaat door totdat iemand geen kaarten meer over heeft. (Doorspelen kan ook, maar dan zit er één kind voor spek en bonen bij.) Het kind met de hoogste stapel kaarten wint.

Wat dit spel zo leuk maakt, is dat er zowat ongemerkt en spelenderwijs 10 nieuwe woorden worden aangeleerd en door de herhaling van het opnoemen en horen van de woorden blijven zo ook vrij snel hangen. Alleen bij wat complexere woorden duurt het soms wat langer. Ik had laatst een set kaarten met dingen rondom het thema huis. Daar zaten woorden in als vacuum cleaner, watering can and washing machine. Die woorden bleven minder makkelijk hangen, maar dat is niet erg. Die andere 7 woorden, daar doe je het voor! Enjoy!

 

 

Woordenschat woensdag: bewegingsles


Het is weer woensdag dus tijd voor een lesidee voor woordenschatuitbreiding.

Bewegingslessen zijn heel geschikt om in te zetten voor Engels met kleuters. Ik probeer in de lessen Engels vaak beweging in te bouwen én ervoor te zorgen dat elk kind iets te doen heeft. Voor deze les ga je de speelzaal in, of naar buiten. Kies vier of vijf woorden die je wilt inoefenen. Hang afbeeldingen van die woorden verspreid door de zaal. Je kunt ook de afbeeldingen met stoepkrijt op het schoolplein tekenen.

Als voorbeeld kiezen we voor de vormen. Teken met stoepkrijt 4 vormen in verschillende kleuren goed verspreid over het schoolplein. Geef nu opdrachten: Walk to the circle. Run to the square. Jump to the triangle. Skip to the rectangle. Voeg ook de kleuren toe. Hop to the red square. 

Verdeel de klas eens op. All the girls run to the triangle. If you are five years old, jump to the rectangle. Laat ook kinderen een opdracht geven. Zijn volle zinnen nog te moeilijk, help dan door te vragen: where are we going? How are we going there? 

Wees ook creatief met bewegingsvormen. Laat ze kruipen, als kikkers springen, achteruitlopen. Belangrijk blijft dat je het tempo hoog houdt. Na 10 minuten zijn ze dan moe, maar reken maar dat de woorden er bij de meeste kinderen in zitten!