De 5 meest gehoorde negatieve opmerkingen over Engels met kleuters weerlegd

De 5 meest gehoorde negatieve opmerkingen over Engels met kleuters weerlegd

Wat een doorzetter ben jij dat je na deze lange titel toch verder bent gaan lezen! Dat betekent dat je nieuwsgierig bent naar Engels met kleuters, en er misschien al mee bezig bent. Heb jij dan ook collega’s of andere mensen in je omgeving die negatief reageren als ze horen dat jij jouw kleuters Engels aanbiedt? Of hebben jullie op school uitgebreide discussies of jullie nu wel of niet Engels bij de kleuters moeten aanbieden? Hieronder zet ik de 5 meest gehoorde opmerkingen, en ik help je ook met het geven van een kort maar krachtig antwoord.

Opmerking 1: Moeten kleuters nu ook al Engels leren?

Je hoort de zucht in de stem van de spreker al hè. Dat zegt eigenlijk al genoeg. Het woord wat hier ontbreekt is meestal het woord IK. Moet IK de kleuters ook al Engels gaan leren. De collega leerkracht die dat roept, ziet het niet zitten omdat het nog meer van ze vraagt. Als je het zo bekijkt, is het best begrijpelijk dat ze zo reageren. Er moet al zoveel gedaan worden bij kleuters, vooral door de leerkracht. Nog een extra vak erbij, nog meer werk, dat willen ze niet. Dan is het niet voor hen.
De enige manier om ze dan nog over te halen om het toch te doen, is wanneer ze het bij jou in de klas in actie zien en ontdekken dat je met kleine activiteiten al heel veel resultaat hebt en vooral ook veel plezier.

Soms ligt de nadruk in de zin “Moeten kleuters nu ook al Engels leren” meer op het woord kleuters. Dan vindt de spreker dat kleuters het al druk genoeg hebben en dat je ze lekker moet laten spelen. Daar valt ook wat voor te zeggen. Ik ben ook groot fan van spelend leren. Maar haal nu eens het ‘moeten’ uit de zin. En maak daar eens ‘mogen’ of ‘willen’ van. Er is geen kleuter die gaat zeggen: Ik wil geen Engels leren. Integendeel, de meeste kleuters vinden het hartstikke stoer en interessant dat zij ook Engels mogen doen. En je biedt het Engels natuurlijk spelenderwijs aan. Je gaat niet de grammaticaregels even lekker met ze doornemen. Dat doe je met Nederlands ook niet.

Dus de volgende keer als iemand dit tegen je zegt: antwoord je “Mijn kleuters willen graag al Engels leren, dus bied ik het ze aan”. Daar is geen speld tussen te krijgen.

Opmerking 2: Engels? Laat ze eerst maar eens goed Nederlands leren!

Zucht… Van deze moet ik altijd heel erg zuchten. Want denk eens logisch na. Staat het leren van een taal het leren van een andere taal in de weg? Is het onmogelijk om twee talen tegelijk te leren? Is het bewezen dat je geen Nederlands kunt leren als je ook 20 minuten Engels per dag krijgt aangeboden? Drie keer NEE kun je hier op antwoorden. Sterker nog, er zijn meerdere onderzoeken die aantonen dat meertaligheid op jonge leeftijd heel goed is voor de taalontwikkeling, vooral omdat er meer verbanden gemaakt kunnen worden in het brein. Er worden feitelijk meer wegen aangelegd naar het einddoel. Ze ontwikkelen meer taalgevoel juist omdat ze verschillende talen kennen. Soms loopt de taalontwikkeling iets vertraging op, doordat er meerdere paden gemaakt worden, maar dat trekt altijd weer recht. En op latere leeftijd hebben ze juist enorm veel voordeel van het kennen van meerdere talen.

Dus het antwoord op deze opmerking is “het ene sluit het andere niet uit”.

Opmerking 3: Waarom moet een kleuter Engels kunnen? Zodat ze met buitenlanders kunnen praten ofzo?

Ja echt, deze opmerking kreeg ik onlangs weer van een moeder van 2 kinderen. En iedere keer als ik dit hoor heb ik met de spreker te doen. Er zit iets beschermends in deze opmerking. Maar ook iets kortzichtigs. De wereld is groot en soms heel eng. Maar dat is juist een reden om de kinderen goed voor te bereiden. Jezelf verstaanbaar kunnen maken buiten onze grenzen hoort daarbij. Maar deze stap is iets te groot. Even terug naar het waarom.

De voornaamste reden waarom ik pleit voor beginnen met Engels (of andere vreemde talen) op jonge leeftijd is de ontvankelijkheid voor taal die deze leeftijdsgroep nog heeft. Als kinderen jong zijn, is er nog een bepaald ‘mechanisme’ in het brein actief dat zorgt dat zij onbewust taal opnemen, verwerken en eigen maken. Dit automatische proces vermindert wanneer we ouder worden. Bij kleuters is het nog enigszins actief. Dat houdt dus in dat zij beter in staat zijn woorden op te slaan en grammaticale constructies op te nemen dan oudere kinderen. Daar komt natuurlijk het auditieve gedeelte bij. Kleuters zijn nog erg op gehoor ingesteld omdat ze nog niet lezen, en luisteren voor hen de manier is om informatie te ontvangen.

Wat ik zie in mijn werk als Taalcoach Engels is dat heel veel mensen stoeien met de taal, de uitspraak en de grammatica. Ik heb regelmatig mensen bij me die grote drempels over moeten om zich te kunnen redden in het Engels en die daar soms heel emotioneel bij zijn. Als je dan bedenkt dat als ze op jonge leeftijd al iets van de taal hadden meegekregen, ze het nu zoveel makkelijker zouden hebben, dan snap je wellicht waarom ik ervoor pleit.

Mijn ervaring bewijst dit ook. Ik heb een aantal jaar Engels gegeven in een kleuterklas. Er komen nu nog steeds ouders naar mij toe die zeggen dat die kleuters nu op latere leeftijd beter zijn in Engels dan hun oudere broer of zus die geen Engels heeft gehad bij de kleuters. Er is dus een zaadje geplant op jonge leeftijd en dat zaadje is gaan bloeien en daar plukt het kind later de vruchten van. Een kleine kanttekening is nog wel op zijn plaats. Er zijn natuurlijk kinderen die totaal niets met taal hebben, maar veel meer met biijvoorbeeld de bètavakken. Voor hen zal het effect van vroeg beginnen wellicht wat minder zijn. Aanleg speelt uiteraard ook een rol

Dus waarom leren we de kinderen nu al wat Engels? Ze zijn ontvankelijk voor de taal en hebben het later nodig.

Oh en even over dat nodig hebben. Reken maar dat dat ze het later nodig hebben. Want zelfs nu zijn er al veel studies volledig in het Engels, en de tweetalige middelbare scholen én basisscholen zijn al volop aanwezig. De trend is misschien wat doorgeschoten (zie hieronder een artikel uit de Telegraaf van vrijdag 26 januari 2018) maar de lijn die nu ingezet is, wijst op een op het Engels gerichte maatschappij. Ik verwacht binnen nu en 5 jaar een tweetalige studie PABO. En daar wil ik wel lesgeven!

Stop Engelse gekte
Uit de Telegraaf, vrijdag 26 januari 2018

De antwoorden op deze opmerking kunnen zijn “Jong geleerd is oud gedaan”. “Ze hebben het later echt nodig”. “Een goede voorbereiding is het halve werk”. Maar vooral “Als je te laat begint met een taal leren, is het heel hard werken om het onder de knie te krijgen”.

Opmerking 4: Maar ik heb veel NT2 leerlingen in de klas. Is het dan niet te verwarrend om ook Engels aan te bieden?

Hierboven heb ik al verteld dat die meertaligheid juist een voordeel is, en dat het leren van meerdere talen geen probleem moet zijn. Daar wil ik nog iets meer over zeggen. Bij NT2 leerlingen spelen er nog wat andere dingen mee. Deze leerlingen krijgen veel extra ondersteuning en aandacht en worden vaak nog apart aangesproken binnen de groep om het Nederlands aan te leren. Maar nu gaan ze iets leren wat voor de hele klas nieuw is, en dus staan ze nu opeens gelijk met de rest. Ze zullen er waarschijnlijk juist van smullen en zich eraan op trekken. Eindelijk iets waar ze niet anders in zijn dan de rest. Eigenlijk is het dus een positief iets voor ze.

Waar jij even op moet letten bij NT2 leerlingen is of ze in hun moedertaal het woord al kennen. Maar dat geldt ook voor het Nederlands. Als ze niet weten hoe een stoel heet in hun eigen taal, is het heel moeilijk om het in een andere taal aan te leren. Ze hebben voor elk woord een soort kapstok nodig met meerdere haakjes: voor elke taal één.

Het antwoord op deze opmerking is “Het is juist fijn voor ze om eens net zoveel te weten als de andere leerlingen”.

Opmerking 5: Engels moet door een native speaker gegeven worden, anders leren ze het niet goed.

Deze opmerking vind ik persoonlijk altijd heel jammer. Het gooit de deur dicht. Het maakt namelijk het geven van Engels als iets wat slechts voor een elite is weggelegd. Want welke school heeft budget voor een vakleerkracht Engels die ook nog eens native speaker is? En het is volgens deze uitspraak dus wel oké om een ongeschoold persoon voor de klas te zetten zolang diegene maar native speaker is?
De uitspraak suggereert ook dat het niveau Engels van jou als leerkracht niet voldoende is. Dat jij hierin tekortschiet en dus niet geschikt bent om uit te voeren. Ik zeg totale onzin.

Er wordt vaak heel moeilijk gedaan over Engels met kleuters. Dan moet er meteen een methode aangeschaft worden, het liefst voor het digibord, want dan hoeft de leerkracht zelf niet zoveel te doen. Maar voor kleuters is deze manier van werken echt ongeschikt. Van het aanwijzen van het juist plaatje op het digibord gaan zij echt de taal niet leren. Kleuters leren door actief zijn, door bewegen, door betrokkenheid, door dingen te ervaren. Dat weet jij als kleuterleerkracht als de beste. Dus ook Engels biedt je aan op de manier waarop je alle andere vakken aanbiedt. Met spellen en liedjes en bijvoorbeeld projecten van Kleuteruniversiteit.

En ben je zelf wat onzeker over je Engelse taalbeheersing? Je kunt 2 dingen doen: of je werkt eraan (bijvoorbeeld door wat lesjes bij mij te volgen www.thuisinengels.nl) of je legt uit aan de kinderen dat jij samen met hen Engels aan het leren bent. Dat vinden ze hoogst interessant, dat een juf ook nog oefenen moet.

Antwoorden: “het Engels dat de kleuters aangeboden krijgen is goed genoeg”. “Op de middelbare school staan ook geen native speakers”.

Workshop

Heb jij na het lezen interesse om met Engels te beginnen met de kleuters? Zou je er een workshop over willen volgen?  Ik geef workshops op maat en help jullie op weg met tips, adviezen en waar nodig verbeter ik je eigen vaardigheden met betrekking tot Engels.
Kleuteruniversiteit biedt ook workshops aan over Engels op inspiratiedagen. De workshops zijn ook los te regelen via www.kleuteruniversiteit.nl of neem direct contact op met mij via info@thuisinengels.nl of de facebookpagina van @Engelsmetkleuters.

Woordenschat Woensdag: Leer woorden met bingo!

Gratis Bingo passend bij de voorleesdagen met 7 spelsuggesties!

De voorleesdagen komen eraan en ik wilde daar graag op inhaken met iets leuks en bruikbaars. Daarom deze bingo omdat het een spel is waar je heel goed passief woordenschat mee kunt trainen. Maar er is met dit materiaal nog veel meer te doen dan bingo. Lees verder om te ontdekken wat de mogelijkheden zijn.

Bingo
Allereerst even over bingo. Het spel is bij iedereen wel bekend maar dan vooral met getallen. Maar er is nog veel meer mogelijk met dit spel. Als je binnen een thema een bingo maakt, kunnen de kinderen dit zelfstandig spelen en zo ook de actieve woordenschat oefenen. Ze trekken dan zelf de kaartjes en benoemen welke kaart het is.
Voor deze bingo heb ik gekozen voor een eenvoudige versie met maar 12 afbeeldingen. Voordeel is dan dat het spel kort duurt, vaker gespeeld kan worden en dat de woorden vaak herhaald worden. Ook is het daaardoor met jongere kinderen goed te spelen.

De afbeeldingen zijn allemaal gerelateerd aan het boek Sst de tijger slaapt van Britt Teckentrup en dus goed te gebruiken voor de voorleesdagen. Voor Engels met kleuters leer je de kinderen de Engelse woorden aan. Lees ook eens het boek in het Engels voor! Hiervoor hoef je echt niet de Engelse versie aan te schaffen. Het boek is eenvoudig genoeg om op jou manier in het Engels na te vertellen.

De bingo voorbereiden doe je zo: Download hier het bestand. Print de download. Er zijn 30 unieke bingokaarten, dus print er voor elk kind één uit. Heb je meer dan 30 kinderen dan print je er een paar dubbel. Print ook de laatste bladzijde van de download uit. Dit is de controlekaart en de kaartjes om te trekken. Van een helft van deze kaart knip je alle plaatjes los. Deze trek je uit een bakje of nog leuker, uit een feestmuts, want dat past leuk bij het thema. Je hebt nu alleen nog fiches nodig en je kunt het spel spelen.

 

Lotto
Naast bingo kun je ook lotto spelen met dit spel. Print dan de controlekaart uit en knip van een kaart alle plaatjes los. Verdeel de tweede helft in strookjes van drie. Nu kunnen vier kinderen tegelijk lotto spelen. Elke keer als ze een kaartje omdraaien moeten ze het in het Engels benoemen.

Memory
Gebruik hiervoor de eerste drie grotere bingokaarten. Zorg dat je deze twee keer print. Ook hier geldt dat ze het kaartje in het Engels moeten benoemen als ze het omdraaien.

Snap!
Over dit spel heb ik al eerder een blog geschreven. Voor uitleg kun je hier terecht. Print hiervoor de eerste drie bingokaarten vier keer.

Domino
Gebruik hiervoor de controlekaart. Print deze 3 keer uit en knip de plaatjes in tweetallen uit. Knip ze niet alleen horizontaal maar ook in verticale stroken.

I have, you have
Met de strookjes van domino kun je ook I have, you have spelen. Dit is de coöperatieve werkvorm mix & koppel. De leerlingen gaan dan op zoek naar iemand met wie ze kunnen koppelen. Dit doen ze door elkaar te vertellen wat ze op hun kaartje hebben staan. I have a tiger and a red balloon. What do you have? Zo speel je een levend dominospel.

Logische volgorde
Laat de afbeeldingen op een logische volgorde leggen en het verhaal navertellen.