De 5 meest gehoorde negatieve opmerkingen over Engels met kleuters weerlegd

De 5 meest gehoorde negatieve opmerkingen over Engels met kleuters weerlegd

Wat een doorzetter ben jij dat je na deze lange titel toch verder bent gaan lezen! Dat betekent dat je nieuwsgierig bent naar Engels met kleuters, en er misschien al mee bezig bent. Heb jij dan ook collega’s of andere mensen in je omgeving die negatief reageren als ze horen dat jij jouw kleuters Engels aanbiedt? Of hebben jullie op school uitgebreide discussies of jullie nu wel of niet Engels bij de kleuters moeten aanbieden? Hieronder zet ik de 5 meest gehoorde opmerkingen, en ik help je ook met het geven van een kort maar krachtig antwoord.

Opmerking 1: Moeten kleuters nu ook al Engels leren?

Je hoort de zucht in de stem van de spreker al hè. Dat zegt eigenlijk al genoeg. Het woord wat hier ontbreekt is meestal het woord IK. Moet IK de kleuters ook al Engels gaan leren. De collega leerkracht die dat roept, ziet het niet zitten omdat het nog meer van ze vraagt. Als je het zo bekijkt, is het best begrijpelijk dat ze zo reageren. Er moet al zoveel gedaan worden bij kleuters, vooral door de leerkracht. Nog een extra vak erbij, nog meer werk, dat willen ze niet. Dan is het niet voor hen.
De enige manier om ze dan nog over te halen om het toch te doen, is wanneer ze het bij jou in de klas in actie zien en ontdekken dat je met kleine activiteiten al heel veel resultaat hebt en vooral ook veel plezier.

Soms ligt de nadruk in de zin “Moeten kleuters nu ook al Engels leren” meer op het woord kleuters. Dan vindt de spreker dat kleuters het al druk genoeg hebben en dat je ze lekker moet laten spelen. Daar valt ook wat voor te zeggen. Ik ben ook groot fan van spelend leren. Maar haal nu eens het ‘moeten’ uit de zin. En maak daar eens ‘mogen’ of ‘willen’ van. Er is geen kleuter die gaat zeggen: Ik wil geen Engels leren. Integendeel, de meeste kleuters vinden het hartstikke stoer en interessant dat zij ook Engels mogen doen. En je biedt het Engels natuurlijk spelenderwijs aan. Je gaat niet de grammaticaregels even lekker met ze doornemen. Dat doe je met Nederlands ook niet.

Dus de volgende keer als iemand dit tegen je zegt: antwoord je “Mijn kleuters willen graag al Engels leren, dus bied ik het ze aan”. Daar is geen speld tussen te krijgen.

Opmerking 2: Engels? Laat ze eerst maar eens goed Nederlands leren!

Zucht… Van deze moet ik altijd heel erg zuchten. Want denk eens logisch na. Staat het leren van een taal het leren van een andere taal in de weg? Is het onmogelijk om twee talen tegelijk te leren? Is het bewezen dat je geen Nederlands kunt leren als je ook 20 minuten Engels per dag krijgt aangeboden? Drie keer NEE kun je hier op antwoorden. Sterker nog, er zijn meerdere onderzoeken die aantonen dat meertaligheid op jonge leeftijd heel goed is voor de taalontwikkeling, vooral omdat er meer verbanden gemaakt kunnen worden in het brein. Er worden feitelijk meer wegen aangelegd naar het einddoel. Ze ontwikkelen meer taalgevoel juist omdat ze verschillende talen kennen. Soms loopt de taalontwikkeling iets vertraging op, doordat er meerdere paden gemaakt worden, maar dat trekt altijd weer recht. En op latere leeftijd hebben ze juist enorm veel voordeel van het kennen van meerdere talen.

Dus het antwoord op deze opmerking is “het ene sluit het andere niet uit”.

Opmerking 3: Waarom moet een kleuter Engels kunnen? Zodat ze met buitenlanders kunnen praten ofzo?

Ja echt, deze opmerking kreeg ik onlangs weer van een moeder van 2 kinderen. En iedere keer als ik dit hoor heb ik met de spreker te doen. Er zit iets beschermends in deze opmerking. Maar ook iets kortzichtigs. De wereld is groot en soms heel eng. Maar dat is juist een reden om de kinderen goed voor te bereiden. Jezelf verstaanbaar kunnen maken buiten onze grenzen hoort daarbij. Maar deze stap is iets te groot. Even terug naar het waarom.

De voornaamste reden waarom ik pleit voor beginnen met Engels (of andere vreemde talen) op jonge leeftijd is de ontvankelijkheid voor taal die deze leeftijdsgroep nog heeft. Als kinderen jong zijn, is er nog een bepaald ‘mechanisme’ in het brein actief dat zorgt dat zij onbewust taal opnemen, verwerken en eigen maken. Dit automatische proces vermindert wanneer we ouder worden. Bij kleuters is het nog enigszins actief. Dat houdt dus in dat zij beter in staat zijn woorden op te slaan en grammaticale constructies op te nemen dan oudere kinderen. Daar komt natuurlijk het auditieve gedeelte bij. Kleuters zijn nog erg op gehoor ingesteld omdat ze nog niet lezen, en luisteren voor hen de manier is om informatie te ontvangen.

Wat ik zie in mijn werk als Taalcoach Engels is dat heel veel mensen stoeien met de taal, de uitspraak en de grammatica. Ik heb regelmatig mensen bij me die grote drempels over moeten om zich te kunnen redden in het Engels en die daar soms heel emotioneel bij zijn. Als je dan bedenkt dat als ze op jonge leeftijd al iets van de taal hadden meegekregen, ze het nu zoveel makkelijker zouden hebben, dan snap je wellicht waarom ik ervoor pleit.

Mijn ervaring bewijst dit ook. Ik heb een aantal jaar Engels gegeven in een kleuterklas. Er komen nu nog steeds ouders naar mij toe die zeggen dat die kleuters nu op latere leeftijd beter zijn in Engels dan hun oudere broer of zus die geen Engels heeft gehad bij de kleuters. Er is dus een zaadje geplant op jonge leeftijd en dat zaadje is gaan bloeien en daar plukt het kind later de vruchten van. Een kleine kanttekening is nog wel op zijn plaats. Er zijn natuurlijk kinderen die totaal niets met taal hebben, maar veel meer met biijvoorbeeld de bètavakken. Voor hen zal het effect van vroeg beginnen wellicht wat minder zijn. Aanleg speelt uiteraard ook een rol

Dus waarom leren we de kinderen nu al wat Engels? Ze zijn ontvankelijk voor de taal en hebben het later nodig.

Oh en even over dat nodig hebben. Reken maar dat dat ze het later nodig hebben. Want zelfs nu zijn er al veel studies volledig in het Engels, en de tweetalige middelbare scholen én basisscholen zijn al volop aanwezig. De trend is misschien wat doorgeschoten (zie hieronder een artikel uit de Telegraaf van vrijdag 26 januari 2018) maar de lijn die nu ingezet is, wijst op een op het Engels gerichte maatschappij. Ik verwacht binnen nu en 5 jaar een tweetalige studie PABO. En daar wil ik wel lesgeven!

Stop Engelse gekte
Uit de Telegraaf, vrijdag 26 januari 2018

De antwoorden op deze opmerking kunnen zijn “Jong geleerd is oud gedaan”. “Ze hebben het later echt nodig”. “Een goede voorbereiding is het halve werk”. Maar vooral “Als je te laat begint met een taal leren, is het heel hard werken om het onder de knie te krijgen”.

Opmerking 4: Maar ik heb veel NT2 leerlingen in de klas. Is het dan niet te verwarrend om ook Engels aan te bieden?

Hierboven heb ik al verteld dat die meertaligheid juist een voordeel is, en dat het leren van meerdere talen geen probleem moet zijn. Daar wil ik nog iets meer over zeggen. Bij NT2 leerlingen spelen er nog wat andere dingen mee. Deze leerlingen krijgen veel extra ondersteuning en aandacht en worden vaak nog apart aangesproken binnen de groep om het Nederlands aan te leren. Maar nu gaan ze iets leren wat voor de hele klas nieuw is, en dus staan ze nu opeens gelijk met de rest. Ze zullen er waarschijnlijk juist van smullen en zich eraan op trekken. Eindelijk iets waar ze niet anders in zijn dan de rest. Eigenlijk is het dus een positief iets voor ze.

Waar jij even op moet letten bij NT2 leerlingen is of ze in hun moedertaal het woord al kennen. Maar dat geldt ook voor het Nederlands. Als ze niet weten hoe een stoel heet in hun eigen taal, is het heel moeilijk om het in een andere taal aan te leren. Ze hebben voor elk woord een soort kapstok nodig met meerdere haakjes: voor elke taal één.

Het antwoord op deze opmerking is “Het is juist fijn voor ze om eens net zoveel te weten als de andere leerlingen”.

Opmerking 5: Engels moet door een native speaker gegeven worden, anders leren ze het niet goed.

Deze opmerking vind ik persoonlijk altijd heel jammer. Het gooit de deur dicht. Het maakt namelijk het geven van Engels als iets wat slechts voor een elite is weggelegd. Want welke school heeft budget voor een vakleerkracht Engels die ook nog eens native speaker is? En het is volgens deze uitspraak dus wel oké om een ongeschoold persoon voor de klas te zetten zolang diegene maar native speaker is?
De uitspraak suggereert ook dat het niveau Engels van jou als leerkracht niet voldoende is. Dat jij hierin tekortschiet en dus niet geschikt bent om uit te voeren. Ik zeg totale onzin.

Er wordt vaak heel moeilijk gedaan over Engels met kleuters. Dan moet er meteen een methode aangeschaft worden, het liefst voor het digibord, want dan hoeft de leerkracht zelf niet zoveel te doen. Maar voor kleuters is deze manier van werken echt ongeschikt. Van het aanwijzen van het juist plaatje op het digibord gaan zij echt de taal niet leren. Kleuters leren door actief zijn, door bewegen, door betrokkenheid, door dingen te ervaren. Dat weet jij als kleuterleerkracht als de beste. Dus ook Engels biedt je aan op de manier waarop je alle andere vakken aanbiedt. Met spellen en liedjes en bijvoorbeeld projecten van Kleuteruniversiteit.

En ben je zelf wat onzeker over je Engelse taalbeheersing? Je kunt 2 dingen doen: of je werkt eraan (bijvoorbeeld door wat lesjes bij mij te volgen www.thuisinengels.nl) of je legt uit aan de kinderen dat jij samen met hen Engels aan het leren bent. Dat vinden ze hoogst interessant, dat een juf ook nog oefenen moet.

Antwoorden: “het Engels dat de kleuters aangeboden krijgen is goed genoeg”. “Op de middelbare school staan ook geen native speakers”.

Workshop

Heb jij na het lezen interesse om met Engels te beginnen met de kleuters? Zou je er een workshop over willen volgen?  Ik geef workshops op maat en help jullie op weg met tips, adviezen en waar nodig verbeter ik je eigen vaardigheden met betrekking tot Engels.
Kleuteruniversiteit biedt ook workshops aan over Engels op inspiratiedagen. De workshops zijn ook los te regelen via www.kleuteruniversiteit.nl of neem direct contact op met mij via info@thuisinengels.nl of de facebookpagina van @Engelsmetkleuters.

Deel dit bericht:

Woordenschat Woensdag: Leer woorden met bingo!

Gratis Bingo passend bij de voorleesdagen met 7 spelsuggesties!

De voorleesdagen komen eraan en ik wilde daar graag op inhaken met iets leuks en bruikbaars. Daarom deze bingo omdat het een spel is waar je heel goed passief woordenschat mee kunt trainen. Maar er is met dit materiaal nog veel meer te doen dan bingo. Lees verder om te ontdekken wat de mogelijkheden zijn.

Bingo
Allereerst even over bingo. Het spel is bij iedereen wel bekend maar dan vooral met getallen. Maar er is nog veel meer mogelijk met dit spel. Als je binnen een thema een bingo maakt, kunnen de kinderen dit zelfstandig spelen en zo ook de actieve woordenschat oefenen. Ze trekken dan zelf de kaartjes en benoemen welke kaart het is.
Voor deze bingo heb ik gekozen voor een eenvoudige versie met maar 12 afbeeldingen. Voordeel is dan dat het spel kort duurt, vaker gespeeld kan worden en dat de woorden vaak herhaald worden. Ook is het daaardoor met jongere kinderen goed te spelen.

De afbeeldingen zijn allemaal gerelateerd aan het boek Sst de tijger slaapt van Britt Teckentrup en dus goed te gebruiken voor de voorleesdagen. Voor Engels met kleuters leer je de kinderen de Engelse woorden aan. Lees ook eens het boek in het Engels voor! Hiervoor hoef je echt niet de Engelse versie aan te schaffen. Het boek is eenvoudig genoeg om op jou manier in het Engels na te vertellen.

De bingo voorbereiden doe je zo: Download hier het bestand. Print de download. Er zijn 30 unieke bingokaarten, dus print er voor elk kind één uit. Heb je meer dan 30 kinderen dan print je er een paar dubbel. Print ook de laatste bladzijde van de download uit. Dit is de controlekaart en de kaartjes om te trekken. Van een helft van deze kaart knip je alle plaatjes los. Deze trek je uit een bakje of nog leuker, uit een feestmuts, want dat past leuk bij het thema. Je hebt nu alleen nog fiches nodig en je kunt het spel spelen.

 

Lotto
Naast bingo kun je ook lotto spelen met dit spel. Print dan de controlekaart uit en knip van een kaart alle plaatjes los. Verdeel de tweede helft in strookjes van drie. Nu kunnen vier kinderen tegelijk lotto spelen. Elke keer als ze een kaartje omdraaien moeten ze het in het Engels benoemen.

Memory
Gebruik hiervoor de eerste drie grotere bingokaarten. Zorg dat je deze twee keer print. Ook hier geldt dat ze het kaartje in het Engels moeten benoemen als ze het omdraaien.

Snap!
Over dit spel heb ik al eerder een blog geschreven. Voor uitleg kun je hier terecht. Print hiervoor de eerste drie bingokaarten vier keer.

Domino
Gebruik hiervoor de controlekaart. Print deze 3 keer uit en knip de plaatjes in tweetallen uit. Knip ze niet alleen horizontaal maar ook in verticale stroken.

I have, you have
Met de strookjes van domino kun je ook I have, you have spelen. Dit is de coöperatieve werkvorm mix & koppel. De leerlingen gaan dan op zoek naar iemand met wie ze kunnen koppelen. Dit doen ze door elkaar te vertellen wat ze op hun kaartje hebben staan. I have a tiger and a red balloon. What do you have? Zo speel je een levend dominospel.

Logische volgorde
Laat de afbeeldingen op een logische volgorde leggen en het verhaal navertellen.

Deel dit bericht:

Materiaal Maandag: Tegenstellingen en gratis download met 5 lessuggesties

Opposites attract

Jazeker! Ik weet niet waarom maar ik ben dol op tegenstellingen, en boeken met tegenstellingen. En daarom vandaag een Materiaal Maandag blog over tegenstellingen, met als cadeautje een gratis download met 8 sets begrippenkaarten! Dus lees gauw verder want daar kom ik zo op terug.

Tegenstellingen boeken
Mijn favoriete tegenstellingenboeken

Eerst dus die boeken met tegenstellingen. Er bestaan veel soorten dus grote kans dat jij er ook één hebt staan op de boekenplank. Bijvoorbeeld het boek Gewoon gek van Ingrid en Dieter Schubert of Muis groot, muis klein van Lucy Cousins. En pas verschenen en meteen mijn favoriet is het boek Mijn kleine safari van Joukje Akveld en Justin Fox. Wat een prachtig foto’s en wat een leuke tegenstellingen zitten daar in!

Prachtige foto’s met de diersoort en een tegenstelling uit Mijn kleine safari van Uitgeverij Gottmer ISBN 9789025767747

Voor Engels met kleuters zijn deze boeken uitstekend te gebruiken. Pak het boek en bespreek de tegenstelling. Maak er veel overdreven gebaren bij om de verschillen duidelijk te maken. Dus Big beeld je uit door het luid te zeggen en je groot te maken. Small zeg je natuurlijk met een fluisterstem en je maakt jezelf zo klein mogelijk. Laat de kinderen lekker meedoen met de bewegingen. Herhaal de woorden en bewegingen een aantal keer en doe het ook een keer fout. Dat vinden de kinderen altijd heel fijn, als ze het een keer beter weten dan de leerkracht.

Download begrippenkaarten

Zoals ik al zei, heb ik een gratis set begrippenkaarten met tegenstellingen als download voor jullie klaar staan. Deze download is mogelijk gemaakt door Kleuteruniversiteit. Voor Kleuteruniversiteit schrijf ik samen met Sanne Ramakers, de oprichter van Kleuteruniversiteit, projecten Engels voor kleuters. We hebben al bij een heel aantal thema’s een project gemaakt en als je interesse hebt kun je ze hier bekijken. In deze projecten maken we vaak gebruik van begrippenkaarten als visuele ondersteuning bij de lessen. Een aantal van die kaarten krijgen jullie nu cadeau. Je kunt de kaarten hier downloaden.

Het cadeau is uiteraard niet compleet zonder wat lessuggesties erbij. Hieronder vind je 5 suggesties voor het inoefenen van de begrippen en tegenstellingen.

  • Seek and find: Laat allereerst de kinderen dingen aanwijzen of zoeken in de klas of op het schoolplein. Can you find something soft? Good! Now find something long. Well done! Can you point to something high? What is even higher? Yes that’s right!
  • Mix and match: Knip de begrippenkaart door en verdeel de kaarten onder de kinderen. Ze gaan nu door de klas lopen en op zoek naar de tegenstelling. Ze vertellen aan elkaar wat ze hebben, ze mogen de kaart niet laten zien. Als ze de set compleet hebben, gaan ze naast elkaar staan met de kaart zichtbaar. Als alle kinderen hun match gevonden hebben, gaan jullie samen bekijken of het allemaal klopt.
  • SNAP!: Ook voor de begrippen is het SNAPspel waar ik onlangs over blogde zeer geschikt. Lees hier hoe het spel werkt. Voor de begrippen heb je twee opties. Je kunt de kinderen SNAP laten roepen als het dezelfde kaart is, of juist de tegenstelling.
  • What’s the opposite: Een misschien voor de handliggend, maar wel uitdagend spel is het tegenstellingspel. Laat een kind een begrip noemen en de andere kinderen benoemen het tegenovergestelde.
  • Vensterruiten: op een blog van Kleuteruniversiteit las ik hier laatst over. Deze coöperatieve werkvorm is heel aantrekkelijk en geweldig om in te zetten voor de begrippen. Lees hier het blog en ontdek of jij er ook iets mee kan. Je geeft de kinderen een vel papier met twee vensters. Je laat ze overleggen welke tegenstelling ze gaan tekenen en wat ze kunnen tekenen om die tegenstelling weer te geven. Het gaat niet om de tekenvaardigheid maar om het overleggen en nadenken over de begrippen.

Heb jij nog een leuke gebruiktip voor de begrippenkaarten? Deel het op mijn facebookpagina  of op Instagram @engelsmetkleuters. Dan zorg ik dat de andere gebruikers jouw tip weer krijgen. En vergeet niet de download te delen met de bovenbouwcollega’s. Ook voor hen is het bruikbaar. Enjoy!

Deel dit bericht:

Woordenschat woensdag: Dobbelen maar!

Learn words with dice!

Voor woordenschatoefeningen maak ik vaak gebruik van dobbelstenen. Naast de gewone stippendobbelsteen, waar natuurlijk zoveel activiteiten mee te doen zijn, kun je nog meer bruikbare dobbelstenen vinden. Voor materialen zoals deze dobbelstenen ga ik meestal naar Credu, een leuke website voor educatief materiaal. Ze hebben meerdere dobbelstenen in hun assortiment die heel geschikt zijn voor woordenschatoefeningen.

De eerste dobbelsteen is meteen mijn favoriet. Het is een dobbelsteen met insteekvakken. Deze is zo ideaal omdat ik meestal met woordkaarten werk. Stop de woordkaarten erin en gooien maar. Gooi de dobbelsteen naar een kind en roep Say what you see. Het kind dat de dobbelsteen vangt, benoemt de afbeelding die hij ziet in het Engels, en gooit hem weer naar een ander kind. Idealiter heb je meerdere van deze dobbelstenen in de klas, of in de speelzaal, want dan kunnen de kinderen deze activiteit in kleinere groepen uitvoeren. Dan zijn ze allemaal tegelijk op een actieve manier bezig, precies wat we willen!

Dobbelsteen met insteekvakken

De volgende dobbelsteen die ik vaak gebruik is de beschrijfbare dobbelsteen. Deze heb je in het klein en in het groot. Voor in de kring is de grote variant aan te raden. Teken op deze dobbelsteen met een whiteboardstift de afbeeldingen die je wilt oefenen. Dit is meteen het nadeel van deze dobbelsteen: niet iedereen is goed in tekenen. Maar de dobbelsteen is ook magnetisch, dus als je magnetisch plakband op woordkaarten plakt, zou het moeten blijven zitten. Maar dan is het misschien toch praktischer om de dobbelsteen met insteekvakken aan te schaffen.
Ik ben zelf ook niet zo’n tekenwonder dus ik gebruik deze dobbelsteen vooral om getallen hoger dan 6 in te oefenen. Of de tientallen bij kinderen die daar al aan toe zijn. Bij oudere kinderen gebruik ik er meerdere om zinnen te vormen en grammatica te oefenen.

Beschrijfbare dobbelsteen

Gaan we door met de volgende soort. Ken je de verteldobbelstenen al? Er zijn veel variaties van en ze zijn allemaal bruikbaar in de Engelse les. En dan niet om meteen hele verhalen te laten vertellen. Maar wel om het plaatje te benoemen en als ze wat verder zijn combinaties maken met een ander woord. Wordt er bijvoorbeeld huis gegooid, dan zeggen ze a big house. Ik vind de Story cubes Max Actions ook heel fijn, omdat die werkwoorden tonen die je ook meteen kunt uitbeelden, zoals luisteren, voetballen, kloppen enzovoorts.

Een andere dobbelsteen die bij Credu te krijgen is, is de grote vormendobbelsteen van foam. Deze dobbelsteen is goed te combineren met een bewegingspel zoals eerder hier gedeeld. Teken de vormen of de kleuren op het schoolplein en laat de kinderen rennen naar die vorm. Degene die de dobbelsteen gooit, benoemt hardop de vorm of kleur.
Ook een leuk spel is om met stoepkrijt meerdere ‘twister’ speelvelden te maken. Gebruik daar dan ook de beschrijfbare dobbelsteen bij voor de links-rechts-hand-voet bepaling. Of…

Whiteboardspinner

… oké, dit is geen dobbelsteen, maar voor de variatie is dit wel een leuke aanvulling! En voor de geweldige prijs van €2,75 hoef je het zeker niet te laten. Deze spinner is weer met een whiteboardstift te beschrijven dus voor het twisterspel teken je handen en voeten (eventueel met links en rechts, afhankelijk van hoe moeilijk je het wil maken).
Mocht je de afbeeldingen die je wilt aanleren niet kunnen tekenen, geen paniek. Daar heb ik ook een oplossing voor gevonden. Leg de spinner op een groot vel papier en trek de lijnen door. Hierdoor onstaan grotere vakken waar je met gemak voorwerpen of woordkaarten in kunt leggen.

Met al deze artikelen zijn veel spellen te verzinnen, maar het belangrijkste bij alle activiteiten is dat ze benoemen wat ze gegooid of gedraaid hebben. Say what you see! Enjoy!

P.S. Met dank aan Credu voor het mogen gebruiken van de foto’s!

 

 

Deel dit bericht:

3 kerstcadeautips voor Engels

Heb je nog leuke materiaaltips om Engels te leren? 

Deze vraag krijg ik regelmatig en die tips heb ik zeker. En nu met de kerst voor de deur deel ik een paar van die tips met jullie, zodat je nog tijd hebt om die voor de kerst in huis te halen. Zodat je thuis in de kerstvakantie of straks weer in de klas nieuwe dingen hebt om spelenderwijs met Engels bezig.

Tip 1 is een boekentip. Schaf een boek aan zoals deze:

My first 1000 words – Stephen Cartwright, Usborne books

Er zijn tal van dit soort boeken, dus kies er een uit die jou aanspreekt. Er zijn ook variaties en aanvullingen waarin de kinderen bijvoorbeeld met een whiteboardmarker kunnen naschrijven, maar het leukst vind ik nog de stickerboeken. Als een kind het woord vaak genoeg heeft herhaald en het echt lijkt te kennen, mogen ze de sticker plakken. Zo kan het zelf zien hoeveel Engelse woorden het al kent. Dat werkt heel motiverend.

Tip 2 is een app gemaakt door Avokiddo. Deze makers hebben briljant leuke apps voor kleuters, maar voor Engels tip ik altijd Beck & Bo.

Creëer leuke thematische viltborden en leer de Engelse woorden

Je plaatst in deze app allerlei voorwerpen in de thematische plaat en elk voorwerp dat je plaatst wordt hardop benoemd. De poppetjes Beck en Bo gaan vervolgens met die voorwerpen aan de slag. Heel veel speelplezier voor maar € 3,49. Maar eigenlijk raad ik je aan om de Preschool bundle te kopen. 3 apps voor maar € 6,99 en allemaal leuke, leerzame en kwalitatief goede apps zonder reclame. De app is geschikt voor de meeste besturingssystemen en is hier te vinden http://avokiddo.com/apps/backandbo-app/

Tip 3 is iets duurder, maar o zo geweldig. Daar wil je zelf ook mee spelen. Osmo is een verlengstuk voor je iPad of zoals ze het zelf noemen Play beyond the screen. Uitleggen is moeilijk, dus als je het nog niet kent, kijk dan hier even: https://www.playosmo.com/en/ Voor Engels met jonge kinderen raad ik aan dat je alleen de Osmo base aanschaft en een A4 formaat whiteboard met goede markers en een wisser. De base kun je alleen los bestellen bij de Osmo webshop. De andere artikelen scoor je gewoon bij de Action, Hema of Bruna. Installeer de Osmo app Monster en je kunt starten. De kinderen krijgen opdrachten van Mo, – in het Engels natuurlijk- en moeten bepaalde voorwerpen tekenen. Mo gebruikt die voorwerpen weer om avonturen mee te beleven. Magisch om te zien dat Mo door een deur loopt die jij hebt getekend. De opdrachten worden ondersteund door afbeeldingen, zodat het kind weet wat er getekend moet worden.

Osmo Monster met het knuffelige monster Mo in de hoofdrol

Een waarschuwing: als je aan Osmo begint, wil je meer. Neem bijvoorbeeld Pizza en co, waar je niet alleen pizza’s mag bakken, maar ook moet afrekenen. Of tangram, een klassieker maar zo geweldig. Voor oudere kinderen is er Coding, en Coding Jam waar kinderen het principe van programmeren krijgen aangeboden. Voor Engels is er ook nog Words, waar je het juiste woord moet spellen bij verschillende afbeeldingen. Ze hebben nog meer geweldige dingen, en er komt steeds wat nieuws bij, dus hou ze in de gaten!

Uiteraard zijn deze tips niet alleen voor de kerst geschikt, maar het hele jaar door! En spelen blijft de leukste manier om te leren, hoe oud je ook bent.  Enjoy!

Deel dit bericht:

Woordenschat woensdag: SNAP

Voor deze woordenschat woensdag wil ik jullie bekend maken met één van mijn lievelingsspellen voor het aanleren van woorden, namelijk Snap (spreek uit als [snep]). 

Voor dit spel heb je ongeveer 10 kaarten met een afbeelding nodig in een veelvoud van minimaal 4 stuks. Ga bijvoorbeeld naar www.jufsanne.com  of naar www.jufjanneke.nl en download daar woordkaarten die bij het thema passen waar jij mee bezig bent. Die woordkaarten mogen gewoon met Nederlandse tekst zijn, want bij kleuters houden we ons nog niet bezig met het lezen van Engelse woorden. Je kunt er ook voor kiezen om de woorden eraf te laten. Als je de kaarten hebt gedownload, print je ze minimaal 4 keer, maximaal 6 keer. Lamineer ze en je kunt beginnen.

Een deel van mijn verzameling snapspellen.

Het spel kan het best gespeeld worden in een groep van 4 kinderen. Verdeel de stapel kaarten evenredig onder de kinderen. Ze draaien nu om de beurt een kaart om en leggen die in het midden op een stapel. Terwijl ze de kaart omdraaien benoemen ze de afbeelding. Wanneer dezelfde afbeeldingen op elkaar gelegd worden, moeten de kinderen de afbeelding benoemen en Snap! roepen. Wie dat als eerste doet, wint de hele stapel. Het spel gaat door totdat iemand geen kaarten meer over heeft. (Doorspelen kan ook, maar dan zit er één kind voor spek en bonen bij.) Het kind met de hoogste stapel kaarten wint.

Wat dit spel zo leuk maakt, is dat er zowat ongemerkt en spelenderwijs 10 nieuwe woorden worden aangeleerd en door de herhaling van het opnoemen en horen van de woorden blijven zo ook vrij snel hangen. Alleen bij wat complexere woorden duurt het soms wat langer. Ik had laatst een set kaarten met dingen rondom het thema huis. Daar zaten woorden in als vacuum cleaner, watering can and washing machine. Die woorden bleven minder makkelijk hangen, maar dat is niet erg. Die andere 7 woorden, daar doe je het voor! Enjoy!

 

 

Deel dit bericht:

Materiaal Maandag: Duplo

Iedere klas heeft het staan: een grote bak met Duplo. En iedereen weet dat het een ideaal materiaal is. Er kan zelfstandig mee gebouwd en gespeeld worden, maar er kunnen ook talloze leuke en leerzame activiteiten mee gedaan worden. Ik googelde “duplo kindergarten educational activities” en was verrast door alle geweldige ideeën die er op internet te vinden zijn. Naast de voor de hand liggende tel- en bouwactiviteiten vind je spellen zoals ringgooien en spiegelen en zelfs een zonnewijzer van Duplo. Geweldig allemaal. En tja, wat kan ik daar nu nog aan origineels aan toevoegen? Alles is al een keer gedaan. Dus. Wat nu?

Nou, heel simpel. Ik verzin dus helemaal niets nieuws. Maar ik wijs je er even op wat een bron van geweldige lesactiviteiten dit is, ook voor Engels met kleuters.

Dus pak die bak Duplo en laat ze kleuren benoemen, torens bouwen en neerzetten van groot naar klein, reeksen maken, gebouwen maken door verbale instructies op te volgen, leg getalkaartjes neer en laat ze de juiste hoeveelheid erbij leggen (wel hardop tellen in het Engels natuurlijk!), en ga zo maar door. Kies een activiteit die jij leuk vindt want jouw enthousiasme slaat altijd over op de kinderen.  Even geen inspiratie? Googel duplo kindergarten activities en binnen een minuut is die inspiratie er wel! Enjoy!

Deel dit bericht: